Als ik alle gitaren had gehouden die ik ooit in bezit heb gehad, was het leed niet te overzien geweest. Een bescheiden collectie heb ik naar Kreta weten over te brengen, je ziet ze hier aan de muur hangen. Er is een Laouto bij, een Baglamas (dat kleintje) en een basgitaar. Van de vijf gitaren die overblijven is er eigenlijk maar één die ik echt nodig heb. Dit is de Contreras linksboven. Handgebouwd in 1983 door Manuel Contreras van uiterst dunne massieve planken: cederhout uit Libanon voor de top, Honduras mahonie voor de sides en de back. De hals is van de Spaanse cypres, lichtgewicht, maar zeer stabiel. Gitzwart en keihard is het pokhout van de toets, de fretten zijn al meerdere malen vervangen. Door de jaren heen is er nog veel meer verspijkerd aan het instrument, en Manuel zou zich in zijn graf omdraaien als hij het zag. Meer over deze gitaar leest u hier.